Absolute encoders verliezen stilaan al hun minpunten

David Reuijl, r&d-engineer bij Sentech, over de voordelen van absolute encoders
Past bij jouw sensorvraagstuk beter een incrementele of een absolute encoder? Tot voor kort sloeg de balans meestal door naar incrementele oplossingen, maar dat is aan het veranderen. Absolute encoders vormen steeds vaker het antwoord.

Zoals bij veel ontwikkelvraagstukken draait het bij de selectie van de juiste sensortechnologie om het acroniem QLTC. ‘De best passende oplossing vind je door te kijken naar kwaliteit, logistiek, technologie en kosten’, weet Peter Verstappen, Senior Account Manager bij Sentech. ‘Je kunt binnen een vastgesteld pakket van eisen nooit op al die punten het onderste uit de kan halen, dus je zult altijd een compromis moeten sluiten’.

Welke sensor uiteindelijk het meest geschikt is voor jouw toepassing hangt uiteraard af van de eisen die je stelt. ‘Die requirements gooi je in een trechter’, verwoordt Verstappen het beeldend. ‘Daar rolt het antwoord uit.’ Hij constateert dat die oplossing steeds vaker uitkomt op een absolute encoder. ‘Dat komt omdat de technologie steeds verder evolueert en de kosten teruglopen. In het QLTC-vierkant geeft dat meer ruimte om je eisen binnen budget te vervullen. De drempel om voor absolute encoders te kiezen, komt almaar lager te liggen.’

Dat is gunstig want in elke machine zou je het liefst werken met absolute posities. ‘In het ideale geval weet je bij de opstart precies in welke stand het systeem staat’, zegt David Reuijl, r&d-engineer bij Sentech. ‘Absolute encoders hadden – zeker in het verleden – een aantal nadelen waardoor ze minder vaak werden toegepast dan incrementele encoders. De technologie is echter geëvolueerd waardoor het kwartje de laatste jaren steeds vaker hun kant op valt.’

Lees het volledige artikel op de website van Mechatronica & Machinebouw…

Dit artikel verscheen in Mechatronica & Machinebouw nr.7 2021 en is geschreven door Alexander Pil