Hoe ziet een gezond voedselsysteem eruit in 2050?

Een gezond voedselsysteem ontwikkelen
Onze voedselproductie is aan een grondige upgrade toe. Het moet van meer naar beter. Naar duurzamer. We moeten leren omgaan met de limieten van de aarde. Hoe ziet een duurzame voedselproductie eruit? Hoe komen we tot zo’n voedselsysteem? En welke technologieën hebben we daarbij nodig?

Samen met WUR-hoogleraar Imke de Boer stelde branchevereniging FME een visierapport op, waarin het ontwerpprincipe definieert voor het toekomstige voedselsysteem, en de technologie om dat mogelijk te maken. Mede-initiatiefnemer Marcel van Haren: ‘Laten we vooral snel beginnen.’

Nederland als landbouwexporteur

In 2020 was Nederland de tweede landbouwexporteur en de derde agrifoodtech-exporteur ter wereld. In dat jaar lag de Nederlandse export van landbouw (en gerelateerde) goederen op 105,5 miljard euro. Om eerlijk te zijn is dat grofweg een derde alleen via de haven van Rotterdam ons land aandoet. Maar dan nog blijft er een sector over waar we trots op kunnen zijn.

Het goede nieuws? Een belangrijk deel van die export bestaat uit tertiaire landbouwgoederen. Denk hierbij aan landbouwmachines, voedselproductiemachines en kasmaterialen. De toegevoegde waarde hiervan ligt aanzienlijk hoger dan die van voedsel. Die tak van sport was in 2020 goed voor bijna 10 miljard euro, en groeit hard.

‘Technologie voor glastuinbouw is bijvoorbeeld booming business’, zegt Marcel van Haren, tot voor kort programmamanager Agriculture, Water & Food bij branchevereniging FME en sinds september manager Specialistische Belangenbehartiging & Public Affairs bij ZTLO.

‘Sommige bedrijven weten van gekkigheid niet meer hoe ze alles geleverd krijgen. En dat is niet alleen door een tekort aan onderdelen, maar ook omdat de vraag enorm hoog is.’ Nederland heeft een goede uitgangspositie, vindt Van Haren. ‘De businesscase is zeker niet verkeerd.’

marcel-van-haren

Marcel van Haren, manager Specialistische Belangenbehartiging & Public Affairs bij ZTLO

Inzetten op technologie

Nederland is wereldmarktleider in onder meer melkrobots, machines en productiesystemen voor de glastuinbouw, machines voor vleesverwerking en verpakkingslijnen voor de versmarkt. ‘Als het gaat om bijvoorbeeld kassen, aardappelen, vlees en melk dan wordt er naar ons gekeken’, weet Van Haren. ‘Dat is natuurlijk hartstikke mooi, maar het brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee.’

Volgens Van Haren moeten we een ding namelijk goed beseffen: ‘Technologie heeft de afgelopen tweehonderd jaar gezorgd dat de voedselvoorziening het leven van mensen aantoonbaar heeft verbeterd. Door recent landelijk en provinciaal beleid dreigen de ontwikkelingen in de agrarische sector echter langzaam tot stilstand te komen. Daar moeten we de komende tijd extra op inzetten. Ook al hebben we het allemaal met de beste bedoelingen gedaan, we moeten nu erkennen dat er limieten zijn aan wat de aarde kan hebben.’

Paradigmaverschuiving in ontwerp

Gelukkig is er al een jaar of tien à vijftien een kentering zichtbaar. Steeds vaker ligt de focus op duurzame, circulaire landbouw en productie, is er meer oog voor de voedingswaarde, is steeds duidelijker waar de producten die je koopt vandaan komen, worden de ketens korter en is er minder verspilling.

‘Het blijft belangrijk dat we de lessen van het verleden meenemen als we nadenken over hoe we het voedselsysteem in de toekomst willen vormgeven’, zegt Van Haren, die stelt dat daar een paradigmaverschuiving voor nodig is.

‘We moeten de technologie voor onze voedselproductie herontwerpen. Zodat het acteert als een goede rentmeester voor het totale aardse ecosysteem. Dus samenwerken met de natuur, de mens niet langer als vormgever van de natuur, maar als onderdeel ervan.’

Liever gisteren dan vandaag

Helaas is de huidige technologie niet altijd op die manier ontworpen. Het is nu vaak gericht om alles zo efficiënt mogelijk te doen. En daarom vaak op grootschaligheid. ‘We noemen iets al duurzaam als we er een paar zonnecellen opzetten, maar zo makkelijk gaat dat natuurlijk niet’, lacht Van Haren die gelijk serieus wordt: ‘Ik denk dat we al veel te laat zijn. Dat wil niet zeggen dat je niks moet doen, maar juist dat we heel snel moeten doorpakken. De agrarische sector wil proactief meewerken aan de reductie van stikstof- en methaanuitstoot en de verbetering van de bodem- en waterkwaliteit. Laten we dan vooral ruimte creëren om de kracht van de agrifoodtech-ondernemers ten volste te benutten.’

duurzaam-voedsel-produceren-1

Hoe ziet een gezond voedselsysteem eruit?

Hoe zou het voedselsysteem van de toekomst er moeten uitzien, vroeg branchevereniging FME zich af. ‘We kwamen al heel snel uit bij het werk van professor Imke de Boer van de WUR’, vertelt Van Haren.

De hoogleraar Dierlijke Productiesystemen won in 2020 de Food Systems Vision Prize van de Rockefeller Foundation met haar visie op een regeneratief en gezond voedselsysteem in 2050 en de veranderingen die nodig zijn om daar te komen.

‘Haar inclusieve kijk op voedsel, gebaseerd op gezonde agro-ecosystemen die gezonde producten leveren, is volgens haar en volgens ons de best mogelijk aanpak op dit moment. Aanpassingsvermogen is belangrijk want er komen ongetwijfeld straks dingen op ons pad waardoor we het moeten herzien. Het punt is vooral om het niet allemaal ter discussie te stellen, maar om gewoon te beginnen.’

Voorbeeld duurzame voedselproductie

Een belangrijke stap wordt gezet door veel kleinschaliger en gevarieerder te werken, door op het land allerlei gewassen naast en door elkaar te zetten. Een goed voorbeeld van duurzame voedselproductie is strokenteelt waarbij verschillende gewassen in banen naast elkaar worden geteeld.

‘De opbrengst is dan 20 tot 25 procent hoger en je kunt vrijwel zonder bestrijdingsmiddelen omdat de gewassen elkaar helpen en beschermen. Dat heeft de natuur best goed bedacht’, zegt Van Haren. ‘Het vraagt wel wat meer arbeid maar dat valt in de praktijk mee. Natuurlijk is er wel behoefte aan automatisering want er is een blijvend tekort aan personeel. Het vraagt om flexibele technologie.’

Flexibele technologie nodig

Van Haren ziet dat er veel interessante technologie op de plank ligt. ‘Kennisinstellingen en bedrijven hebben veel dingen al opgelost of beschikken over technologie die het vele malen beter doet dan we nu kennen. Het wordt alleen nauwelijks toegepast. Laten we daar nou eens mee beginnen: probeer, leer en verbeter. Maak vooral fouten maar ga experimenteren’, roept hij op.

Als voorbeeld noemt hij de appelpluk. ‘Daarvoor is sensortechnologie beschikbaar die een appelboer veel meer informatie geeft over welke appels rijp zijn en waar hij zijn mensen moet inzetten, maar ook waar een ziekte de kop opsteekt zodat hij heel gericht kan bestrijden.’

technologische-ontwikkelingen-in-landbouw

Plannen als strokenteelt, urban farming of voedselbossen kunnen niet met grootschalige mechanisatie worden opgelost. ‘We hebben goede modellen nodig van al die omgevingen – van de akker, kas, stal, fabriek - zodat we op een zinvolle manier kunnen automatiseren en robotiseren. Dat begint met het verzamelen van data via sensoren en camera’s, zodat we via machine learning en artificial intelligence de robots en machines kunnen voorbereiden op de flexibiliteit die nodig is’, legt Van Haren uit.

Technologie is geen doel, maar een middel

Het ontwerpprincipe waarop alles draait, is dat we volgens ecologische logica en op basis van (regionale) kringlopen gaan werken. Niet alleen voor de productie zelf, maar ook voor de technologie die we ervoor inzetten. ‘Als je een robot maakt vol zeldzame aardmetalen die aan de andere kant van de wereld onder erbarmelijke omstandigheden worden gedolven, heb je waarschijnlijk niet de beste oplossing gevonden. Ook al is zo’n systeem nog zo zuinig en effectief’, aldus Van Haren.

‘Ontwerpers moeten hun systemen behandelen voor duurzaamheid, biodiversiteit, circulariteit, gezondheid, arbeid, MVO’, gaat hij verder. ‘Ik noem het bewust niet oplossen, want het is een continu proces. De technologie moet bovendien op drie vlakken meerwaarde bieden: voor de natuur, op sociaal gebied en voor de klant. Pas dan heeft het echte betekenis. Want technologie is geen doel, maar een middel.’

Sensoren maken het verschil

Uiteraard komt Van Haren niet uit onder een vraag over de stikstofcrisis. Denkt hij dat (sensor)technologie daar een oplossing kan bieden? ‘Technologie kan zeker bijdragen maar ze gaat niet alles oplossen’, antwoordt Van Haren.

‘Door de grote hoeveelheid vee is er een teveel aan ammoniak. Daar kan technologie voor oplossingen zorgen. Maar stikstof is niet het enige probleem. Zo zijn er bijvoorbeeld ook fosfaten die uitspoelen naar het grondwater. Daar zijn weer andere innovaties voor nodig. Sensoren kunnen onder meer helpen om de uitstoot inzichtelijk te maken. Dat biedt de mogelijkheid om boeren die goed presteren te belonen.’

Van Haren ziet nog een interessant toepassingsgebied van sensoren. ‘Gewasbeschermingsmiddelen mogen straks bijna niet meer worden gebruikt waardoor onkruidbestrijding een stuk complexer wordt. Het vroegtijdig herkennen van onkruid, maar ook van ziekten en plagen, is nodig zodat op tijd acties kunnen worden ondernomen. Sensoren kunnen escalaties voorkomen.’

Welke technologieën zijn geschikt voor de agrarische sector?

De ontwikkelingen in de agrarische sector gaan hard. Daardoor zoek je als OEM’er naar een direct integreerbaar eindproduct, dat waterdicht is én tegen forse vervuiling kan. Nou, dat komt goed uit. Wij hebben ze voor je op een rijtje gezet.

Ontdek de belangrijkste 5 sensortechnologieën voor de agrarische sector.

 

check technologieën voor agro